top of page
Zoeken

Neurodiversiteit & relaties: ik vind je écht leuk. Vanop veilige afstand.

8 sep
5 minuten om te lezen

Er zijn mensen die zeggen dat relaties draaien om communicatie, verbinding en tijd maken voor elkaar. Prachtig!

Mijn brein hoorde vooral: drie extra taken met onduidelijke deadlines.

Want ik hou van mensen. Echt waar. Ik kan enorm genieten van diepe gesprekken, verbinding, samen lachen tot je buik pijn doet, iemand die je volledig begrijpt zonder dat je eerst een PowerPoint-presentatie over je gebruiksaanwijzing moet geven. Alleen zit er tussen “ik wil verbinding” en “ik moet effectief iets doen om die verbinding te onderhouden” een kleine praktische hindernis.

 

Mijn neurodivergente brein. En dat ding heeft blijkbaar geen CRM-systeem.

 

Smalltalk: de sociale escape room zonder uitgang

Nieuwe mensen leren kennen begint meestal met smalltalk.

“En, wat doe jij zoal?” “Mooi weer vandaag, hè?” “Druk weekend gehad?”

Mijn brein: WAAROM DOEN WE DIT?

Kunnen we niet onmiddellijk overschakelen naar je jeugdtrauma's, je grootste levenskeuzes, waarom je vorige relatie mislukt is en wat jij denkt dat er gebeurt als we sterven?

Nee?

Oké.

Mooi weer inderdaad.

 

Ik ben niet ongeïnteresseerd. Integendeel. Ik ben vaak véél te geïnteresseerd. Geef mij één persoonlijk detail en mijn hoofd opent spontaan 46 tabbladen.

Maar het sociale voorspel dat eraan voorafgaat? Daar ben ik minder sterk in.

Ik wil meteen naar hoofdstuk twaalf terwijl de andere persoon nog bezig is met de inhoudstafel.

 

Ik heb je bericht gelezen. In mijn hoofd heb ik zelfs geantwoord.

Nog zo'n pareltje in neurodivergente relaties: contact onderhouden.

Iemand stuurt: “Hey! Hoe gaat het met jou?” Ik lees het. Ik denk: “Aah, lief! Ik antwoord straks uitgebreid.”

En daarmee is de taak voor mijn brein blijkbaar administratief afgehandeld.

Drie dagen later zie ik het bericht opnieuw. SHIT.

Dan is antwoorden ineens ongemakkelijk, dus denk ik: “Ik antwoord vanavond rustig.”

Een week later: Gefeliciteerd. Je hebt per ongeluk een vriendschap geghost die je eigenlijk heel graag wilt behouden.

Het bizarre is dat die persoon ondertussen regelmatig door mijn hoofd is gegaan.

Ik heb aan haar gedacht in de auto. Ik heb iets gezien waarvan ik dacht: “Dat moet ik haar sturen.” Ik heb in gedachten drie gesprekken met haar gevoerd. Alleen weet zij daar natuurlijk niets van. Voor haar ben ik gewoon spoorloos verdwenen. Gezellig.

 

Zullen we volgende week iets gaan drinken?!

En soms gebeurt er iets nóg gevaarlijkers. Ik krijg sociale goesting.

Meestal op een moment waarop ik uitgerust ben, mijn dopamine op peil staat en ik mij tijdelijk gedraag als iemand die het leven volledig onder controle heeft.

“WE MOETEN ECHT NOG EENS AFSPREKEN!”

Ja! Drankje! Etentje! Dansen! Zoals vroeger! BRING IT ON.

We leggen een datum vast voor volgende week.

Ik ben enthousiast.

De eerste dagen toch.

Dan komt de afspraak dichterbij.

Vier dagen ervoor: Leuk!

Drie dagen ervoor: Hmm.

Twee dagen ervoor: Waarom heb ik dit gedaan?

De dag ervoor: Wie was die extraverte vrouw die mijn agenda heeft gehackt?

Plots denk ik aan parkeren. Kleding. Mensen. Geluid. Gesprekken. Hoe laat ik thuis zal zijn. Of ik moe ga zijn. Of ik de dag erna iets moet doen. Of ik ter plaatse overprikkeld ga raken.

Voor ik het weet heb ik mentaal een volledige risicoanalyse uitgevoerd van één glas wijn met een vriendin.

Ik wil gaan. Maar ik wil ook thuisblijven.

Ik mis mensen. Maar ik wil dat ze vooral niet allemaal tegelijk in mijn buurt komen. Welkom in mijn hoofd.

 

Vriendschap graag. Onderhoudscontract liever niet.

Dat maakt vriendschappen soms ingewikkeld.

Ik hou enorm van die vorm van vriendschap waarbij je elkaar een tijdje niet spreekt en vervolgens gewoon verdergaat alsof het gisteren was. Geen schuldgevoel. Geen “jij laat ook nooit iets horen.”

Gewoon: “Aah, daar zijt ge. Koffie?”

 

Want zodra een vriendschap begint te voelen als een verplichting, begint mijn brein er vreemd genoeg weerstand tegen te ontwikkelen. Niet tegen de persoon. Tegen het moeten.

En tegelijkertijd kan ik enorm loyaal zijn. Als iemand die ik graag zie mij écht nodig heeft, kan ik alles laten vallen.

Blijkbaar kan ik om 03.00 uur een halve provincie doorkruisen voor een crisis, maar een WhatsApp beantwoorden van dinsdag is logistiek te complex.

Make it make sense.

 

En dan hebben we nog… principes

Neurodivergente mensen hebben vaak een sterk gevoel voor eerlijkheid en rechtvaardigheid. Dat klinkt prachtig.

Tot iemand iets doet wat in mijn hoofd onder de categorie ABSOLUUT NIET OKÉ valt.

Mijn brein kent dan niet altijd vijftig tinten grijs.

Mijn brein kent: wit. zwart. En soms: blokkeer contact.

Ik kan lang begripvol zijn. Veel analyseren. Dingen proberen verklaren. Mezelf afvragen of ik overdrijf.

Maar als er ergens intern een grens overschreden wordt, kan mijn hoofd plots beslissen: “Oké. Klaar.”

Niet altijd handig. Mensen zijn namelijk complexe wezens die fouten maken.

Ik trouwens ook. Naar het schijnt.

Dus ook daar probeer ik te leren dat teleurstelling niet automatisch betekent dat een hele relatie waardeloos is: Werkpuntje.

 

Professioneel is het trouwens niet veel beter

Op het werk kan dit zich ook op bijzondere manieren manifesteren.

Geef mij een inhoudelijk gesprek, een probleem dat opgelost moet worden of een brainstorm en ik ben vertrokken.

Netwerken daarentegen? Een ruimte binnenlopen met vijftig onbekenden en spontaan gesprekken beginnen? Waarom is dit maatschappelijk aanvaard?

“Ga gewoon wat mingelen.” Mingelen?!

Ik wil graag een agenda, een doelstelling en bij voorkeur vooraf weten met wie ik moet praten.

Ik kan een presentatie geven voor honderd mensen en daarna compleet blokkeren wanneer iemand bij de koffieautomaat vraagt: “En, alles goed?”

Mijn brein is bijzonder consequent in zijn inconsistentie.

 

En romantische relaties?

Ah. Mijn persoonlijke favoriet.

Want het concept relatie vind ik eigenlijk fantastisch. Iemand vertrouwd. Een ally. Iemand bij wie je masker af mag. Iemand die weet dat “ik wil even alleen zijn” niet betekent “ik hou niet meer van jou”. Samen thuiskomen bij elkaar.

Bring. It. On.

 

Maar helaas blijkt er vóór een relatie vaak nog een fase te bestaan.

Daten.

huivert

Jezelf voorstellen.

Casual gesprekken.

Aftasten.

Niet weten wat iemand bedoelt.

Berichten interpreteren.

Wachten met antwoorden omdat je niet te enthousiast wilt lijken.

Waarom? Ik bén enthousiast. Tot ik het niet meer ben.

Want dan hebben we nog het fenomeen hyperfocus.

Nieuwe persoon! Nieuwe verhalen! Nieuwe prikkels! Dopamine!

Mijn brein: DIT IS DE INTERESSANTSTE MENS DIE OOIT GEBOREN IS.

Ik wil alles weten. Gesprekken tot midden in de nacht. Berichten. Plannen. Vlinders.

Mijn brein heeft de soundtrack van de romantische komedie al geselecteerd.

En dan… normaliseert het. De dopamine zakt.

En mijn hoofd kijkt naar diezelfde situatie alsof iemand midden in de film van acteur gewisseld heeft. Huh? Was ik hier enthousiast over? Hellup.

 

Het vreemde is: we willen verbinding wél

En misschien is dat nog het lastigste.

Van buitenaf kan het soms lijken alsof we afstandelijk zijn. Onbetrouwbaar. Slecht in contact houden.

Te intens. Te snel afgehaakt. Te weinig aanwezig. Terwijl er vanbinnen vaak net een enorme behoefte aan verbinding zit.

We willen vrienden. We willen collega's bij wie we onszelf kunnen zijn.

We willen liefde. We willen mensen die blijven.

 

Alleen willen we soms óók drie dagen niemand spreken, onze telefoon op stil zetten en onder een dekentje verdwijnen omdat de wereld dinsdag iets te luid was. Die twee dingen kunnen tegelijk waar zijn.

Ik leer steeds meer dat goede relaties voor mij misschien niet degene zijn waarin ik mezelf voortdurend probeer te corrigeren.

Maar degene waarin ik kan zeggen: “Ik heb je bericht niet beantwoord. Niet omdat ik je vergeten ben. Mijn brein heeft gewoon opnieuw op ‘gelezen = afgehandeld’ geklikt.”

Waar een afspraak verzetten geen persoonlijk drama wordt. Waar stilte niet onmiddellijk afstand betekent.

Waar grenzen niet gelijkstaan aan afwijzing. En waar mensen begrijpen dat mijn behoefte aan ruimte en mijn behoefte aan verbinding soms gezellig naast elkaar op de achterbank zitten te ruziën.

 

Dus ja. Ik wil mensen. Heel graag zelfs.

Alleen liefst zonder smalltalk, met een flexibele annuleringsverzekering en af en toe de mogelijkheid om elkaar drie weken liefdevol te vergeten.

Is dat werkelijk zoveel gevraagd?

 

Met Tics & Talks - dank je om mee te lezen. 🩷

 
 
 

Opmerkingen


© 2025 by Tics en Talks

bottom of page